NEN-EN-IEC 60204-1 metingen aan machines

 

Een machine moet elektrisch veilig zijn bij ingebruikname en tijdens gebruik. Met inspecties, metingen en beproevingen wordt gecontroleerd of de elektrische uitrusting en de bijbehorende beschermingsmaatregelen goed functioneren.

NEN-EN-IEC 60204-1 beschrijft eisen voor de elektrische uitrusting van machines. Metingen vormen een onderdeel van deze beoordeling: ook de uitvoering, documentatie en werking van veiligheidsvoorzieningen zijn belangrijk.

Voor welke machines geldt de norm?

De norm is bedoeld voor de elektrische uitrusting van machines die tijdens bedrijf niet in de hand worden vastgehouden. Denk aan productiemachines, bewerkingsmachines en samenwerkende machineopstellingen. Ook de bijbehorende besturingskasten vallen binnen de beoordeling.

De norm richt zich op de elektrische uitrusting vanaf het aansluitpunt van de voeding op de machine. Voor bepaalde machines gelden aanvullende of specifieke normen.

Wanneer worden machines gecontroleerd?

Verificatie is belangrijk bij de bouw en oplevering van een machine. Ook na wijzigingen moet worden beoordeeld welke controles opnieuw nodig zijn. Voor inspecties tijdens de gebruiksfase is daarnaast NEN 3140 relevant.

Niet iedere machine vraagt om dezelfde beproevingen. De omvang van de controle wordt bepaald door de toepasselijke normen, de elektrische uitrusting en de aard van eventuele wijzigingen.

Welke controles en metingen zijn belangrijk?

Visuele controle en documentatie

Vooraf wordt gecontroleerd of de elektrische uitrusting overeenkomt met de technische documentatie. Daarbij wordt onder meer gekeken naar bedrading, aansluitingen, beschermingsleidingen, afschermingen en markeringen.

Schema’s en andere technische gegevens zijn nodig om gericht te kunnen meten en resultaten te beoordelen. Zichtbare veiligheidsgebreken moeten worden meegenomen in de eindbeoordeling.

Continuïteit van de beschermingsketen

Deze meting controleert of de delen die geaard moeten zijn betrouwbaar met de beschermingsleiding zijn verbonden. Een slechte verbinding kan ervoor zorgen dat bij een fout een gevaarlijke aanraakspanning blijft bestaan.

De norm beschrijft hiervoor een teststroom tussen 0,2 A en ongeveer 10 A. De gemeten weerstand wordt beoordeeld aan de hand van onder meer het materiaal, de lengte en de doorsnede van de geleider.

Bescherming door automatische uitschakeling

Wanneer de machine deze beschermingsmaatregel gebruikt, wordt gecontroleerd of de voeding bij een elektrische fout tijdig wordt uitgeschakeld.

Daarvoor worden onder meer de beschermingsverbindingen en de eigenschappen van de beveiligingen beoordeeld. Afhankelijk van het voedingsstelsel en de situatie kunnen een foutlusimpedantiemeting en controles van aardlekbeveiligingen nodig zijn.

Isolatieweerstand

Een isolatieweerstandsmeting controleert de isolatie tussen de voedingscircuits en de beschermingsketen. Een onvoldoende isolatieweerstand kan wijzen op beschadiging, vervuiling of vocht.

Bij deze meting wordt doorgaans 500 V gelijkspanning gebruikt. Aanwezige elektronica en overspanningsbeveiligingen kunnen een aangepaste aanpak vereisen. Volg daarom de toepasselijke normbepalingen en fabrikantinstructies.

Spanningsbeproeving

Een spanningsbeproeving onderzoekt of de isolatie bestand is tegen de voorgeschreven testspanning zonder doorslag. Dit is een andere controle dan een isolatieweerstandsmeting.

Of deze beproeving nodig is en hoe zij wordt uitgevoerd, hangt af van de toepasselijke voorschriften. Onderdelen die de testspanning niet verdragen, vragen om passende maatregelen.

Restspanning en ontlaadtijd

Na het uitschakelen kan spanning achterblijven, bijvoorbeeld in condensatoren van frequentieregelaars. Daarom wordt waar nodig gecontroleerd hoe snel deze spanning afneemt.

Als uitgangspunt geldt dat een restspanning boven 60 V binnen 5 seconden moet dalen tot maximaal 60 V. Er gelden uitzonderingen en aanvullende eisen, onder meer voor stekkerverbindingen. Alleen de spanning direct na uitschakelen meten is dus onvoldoende.

Functionele beproeving

Bij de functionele beproeving wordt gecontroleerd of de elektrische functies werken zoals bedoeld. Daarbij worden ook relevante veiligheidsfuncties betrokken, zoals stopfuncties en vergrendelingen.

Deze controle vult de inspectie en elektrische metingen aan.

Veilig uitvoeren en resultaten vastleggen

Laat de controles uitvoeren door een deskundig persoon met geschikte meetapparatuur. Testspanningen, onverwachte bewegingen en opgeslagen elektrische energie vragen om een veilige werkwijze.

Leg vast welke onderdelen zijn gecontroleerd, welke metingen zijn uitgevoerd en hoe de resultaten zijn beoordeeld. Elektrische meetresultaten vormen een onderdeel van de totale beoordeling van de machineveiligheid.

Leer de norm toepassen bij Ingenium B.V.

Bouw, wijzig of inspecteer je machines? Dan moet je weten welke eisen gelden en hoe je controleert of de elektrische uitrusting daaraan voldoet.

In de eendaagse cursus Elektrische uitrusting van machines volgens EN IEC 60204-1 van Ingenium B.V. leer je de norm toepassen. Je verdiept je onder meer in beschermingsverbindingen, hoofd en stuurstroomcircuits, noodstopfuncties, verificatie en documentatie. De cursus sluit aan op het werk van ontwerpers, paneelbouwers, installateurs en technische diensten.

Vergroot je kennis van elektrische machineveiligheid. Bekijk de cursusdata en schrijf je in bij Ingenium B.V.

Geplaatst in .