Elektriciteit op bouwplaatsen

Elektriciteit op bouwplaatsen: veilig werken met bouwelektra

Elektriciteit op bouwplaatsen vraagt om een veilige tijdelijke installatie. Bouwkasten, kabels, verlichting en gereedschap krijgen te maken met regen, stof, zwaar gebruik en een voortdurend veranderende werkomgeving. Een beschadigde kabel of verkeerd gekozen beveiliging kan daardoor ernstige gevolgen hebben.

Veilige bouwelektra begint met een goed ontwerp, geschikte materialen en duidelijke afspraken over gebruik, onderhoud en inspectie.

Wil je leren hoe je elektrische installaties controleert? Bekijk de cursus Inspectie elektrische installaties volgens NEN 1010 en NEN 3140 van Ingenium.

Welke regels gelden voor elektriciteit op bouwplaatsen?

De Arbowet en het Arbobesluit stellen eisen aan een veilige werkomgeving en het veilig werken met elektriciteit. De volgende normen helpen bij de technische invulling:

NormToepassing
NEN 1010, rubriek 704Aanleg en inrichting van tijdelijke elektrische installaties op bouw- en sloopterreinen.
NEN 3140Veilig beheer, werkzaamheden en inspecties tijdens de gebruiksfase.
NEN-EN-IEC 61439-4Producteisen voor bouwkasten en vergelijkbare verdeelinrichtingen.

Daarnaast geeft NPR 5310 praktische uitleg bij NEN 1010.

Leg vooraf vast wie de installatie beheert, wie wijzigingen mag uitvoeren en wie de inspecties organiseert. Laat elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren door personen met passende deskundigheid en bevoegdheden.

Begin met een passende stroomvoorziening

Een bouwplaats kan stroom krijgen via een netaansluiting of een aggregaat. Laat een elektrotechnisch deskundige bepalen welk vermogen nodig is. Daarbij tellen het gelijktijdige gebruik, aanloopstromen van machines en mogelijke uitbreidingen mee.

Ook kabellengten, kabeldoorsneden, spanningsverlies en beveiligingen horen bij het ontwerp. Een vaste aanname dat altijd 70% van het aangesloten vermogen voldoende is, past daar niet bij.

Bij een aggregaat moet bovendien duidelijk zijn hoe de bescherming tegen elektrische schokken werkt. Alleen een aardpen plaatsen maakt niet iedere opstelling veilig.

Bouwkasten veilig plaatsen en gebruiken

Gebruik bouwkasten die geschikt zijn voor de omstandigheden op het terrein. Let daarbij op:

  • Een stabiele plaatsing en bescherming tegen aanrijden.
  • Voldoende bereikbaarheid voor bediening en onderhoud.
  • Bescherming tegen onbevoegd openen en inschakelen.
  • Duidelijke aanduidingen van voedingen en groepen.
  • De mogelijkheid om veilig uit te schakelen en tegen opnieuw inschakelen te beveiligen.

De bescherming tegen water en vuil moet passen bij de omgeving. IP44 betekent onder meer bescherming tegen spatwater; het betekent niet dat een kast stofdicht is of onder water mag staan. Ook stekkers, contactdozen en kabelinvoeren moeten geschikt zijn voor het gebruik.

Lees meer over het controleren van deze verdeelkasten in ons artikel over het keuren van zwerfkasten.

Aardlekbeveiliging op de bouwplaats

Voor contactdoosgroepen en voedingsketens voor handgereedschap tot en met 32 A is aardlekbeveiliging van maximaal 30 mA de gebruikelijke beschermingsoplossing. Andere oplossingen, zoals veilige zeer lage spanning of elektrische scheiding, mogen alleen onder de daarvoor geldende voorwaarden.

Voor zwaardere aansluitingen en voedingen tussen bouwkasten moet de ontwerper passende beveiligingen bepalen. Ook het type aardlekschakelaar moet aansluiten bij de apparatuur, bijvoorbeeld bij machines met frequentieregelaars.

Een 30 mA-aardlekschakelaar biedt aanvullende bescherming. Hij vervangt geen goede isolatie, noodzakelijke aarding of veilige werkwijze.

Schakelt een beveiliging uit? Laat eerst de oorzaak onderzoeken. Overbrug de beveiliging niet en vervang deze niet zomaar door een minder gevoelige aardlekschakelaar of een zwaardere zekering.

Kabels, gereedschap en bouwverlichting

Gebruik kabels en aansluitmateriaal die bestand zijn tegen de mechanische belasting en weersomstandigheden. Huishoudelijke stekkerdozen en kwetsbare snoeren zijn daarvoor niet geschikt.

Leg kabels buiten rijroutes of bescherm ze tegen beschadiging. Houd stekkerverbindingen uit plassen en voorkom trekbelasting. Laat langere of gewijzigde voedingsroutes opnieuw beoordelen.

Rol kabelhaspels af volgens de fabrikantinstructies: opgerold is de toegestane belasting meestal lager. Maak geen lange ketens van verlengsnoeren en haspels.

Kies bouwverlichting die geschikt is voor de omgeving en veilig is bevestigd. Voor nauwe geleidende ruimten, zoals metalen tanks, gelden aanvullende eisen aan voeding, gereedschap en verlichting. Ga er niet van uit dat alleen een aardlekschakelaar daar voldoende bescherming biedt.

Elektriciteit op bouwplaatsen controleren en inspecteren

Laat de tijdelijke installatie vóór ingebruikname inspecteren. Beoordeel na uitbreidingen, verplaatsingen, schade of ingrijpende wijzigingen welke controles opnieuw nodig zijn.

De inspectie omvat een visuele beoordeling en passende metingen, bijvoorbeeld van beschermingsleidingen, isolatie, foutbescherming en aardlekschakelaars. Alleen de testknop van een aardlekschakelaar indrukken vervangt deze inspectie niet.

Bepaal de periodieke inspectiefrequentie op basis van gebruik, omstandigheden en risico’s. Gebruikers controleren daarnaast vóór gebruik op zichtbare gebreken. Neem beschadigd materiaal uit gebruik en leg inspectieresultaten en herstelmaatregelen vast.

Voorkom na werktijd onbevoegd gebruik. Voor voorzieningen die moeten blijven werken, zoals bronbemaling, zijn afzonderlijke afspraken en passende beveiligingen nodig.

Meetapparatuur bij Meetwinkel

Voor installatiemetingen biedt Meetwinkel bijvoorbeeld de Metrel Eurotest XC MI3152ST installatietester.

Hiermee kun je onder andere beschermingsleidingen en isolatieweerstand meten, lusimpedantie bepalen en aardlekschakelaars testen. Deze metingen ondersteunen de beoordeling van de bouwplaatsinstallatie. De inspecteur bepaalt welke meetfuncties en accessoires nodig zijn.

Leer elektrische installaties inspecteren bij Ingenium

Wil je gebreken herkennen en meetresultaten onderbouwd beoordelen? Tijdens de eendaagse cursus Inspectie elektrische installaties volgens NEN 1010 en NEN 3140 combineer je theorie met praktijkoefeningen en rapportage.

Voor deelname heb je een elektrotechnische vooropleiding op niveau 2 of vergelijkbare ervaring nodig. Ook basiskennis van NEN 1010 is belangrijk. Je kunt oefenen met je eigen installatietester of met apparatuur van Ingenium.

Bekijk de cursusdata en schrijf je in bij Ingenium.

Geplaatst in .