Veiligheid bij inspecties van elektrische installaties

Veiligheid bij inspecties

Iedereen is verantwoordelijk voor de veiligheid, maar uiteindelijk ligt het in uw handen. Als u werkt met elektriciteit, kan geen enkel instrument op zich uw veiligheid garanderen. De maximale bescherming wordt verkregen door de juiste instrumenten te combineren met veilige werkprocedures.

Hier volgt een aantal tips om u te helpen bij uw inspectiewerkzaamheden.

Aanvullende eisen

Houd u altijd aan de (plaatselijke) voorschriften van de opdrachtgever.

Haal waar mogelijk de spanning af van de circuits waaraan u gaat inspecteren. Zorg voor deugdelijke beveiligingen en waarschuwingsteksten tegen het opnieuw inschakelen van de installatie. Ga altijd ervan uit dat het circuit onder spanning staat als deze procedures niet zijn toegepast of als er geen controle op is.

Draag beschermende kleding (PBM’s) en accessoires bij het werken aan circuits die onder spanning staan.

Werken aan onder spanning staande installaties
  • Gebruik geïsoleerd gereedschap;
  • Draag een veiligheidsbril of een gelaatsbeschermer;
  • Draag isolerende handschoenen en doe horloges en sieraden af;
  • Ga op een isolatiemat staan;
  • Draag vlamwerende kleding, geen gewone werkkleding.

Controleer en test uw meetinstrument:

  • Controleer op een kapotte behuizing, versleten meetsnoeren of een slecht leesbaar display.
  • Controleer of de batterijen nog voldoende geladen zijn om betrouwbare meetresultaten te verkrijgen. Veel meetinstrumenten zijn voorzien van een batterij-indicator op het display.
  • Controleer de weerstand van de meetsnoeren terwijl u deze beweegt, om inwendige onderbrekingen op te sporen (meetsnoer horen een weerstand van 0,1-0,3 ohm te hebben).
  • Gebruik de zelftestmogelijkheid van de meter om te controleren of de zekeringen aanwezig zijn en naar behoren functioneren (zie de handleiding voor nadere informatie).

Algemene veiligheidsregels

Houd u bij het verrichten van metingen aan circuits die onder spanning staan, aan de toepasselijke werkprocedures:

  • Bevestig eerst de aardklem, daarna pas het spanningvoerende meetsnoer. Neem eerst het spanningvoerende meetsnoer los, daarna pas het aardsnoer.
  • Gebruik de driepuntstestmethode, vooral bij het controleren of een circuit spanningloos is. Voer eerst een meting uit van een circuit waarvan u zeker weet dat het onder spanning staat. Voer vervolgens een meting uit van het te testen circuit. Voer ten slotte weer een meting uit aan het circuit dat onder spanning staat. Op deze manier weet u zeker dat uw meetinstrument voor en na de meting goed heeft gewerkt.
  • Hang het meetinstrument op of leg het neer, indien mogelijk. Tracht te voorkomen dat u het instrument in de hand moet houden, zodat u zo min mogelijk aan de effecten van transiënten blootstaat.
  • Gebruik isolerende handschoenen.

Geplaatst in .