Basismetingen aan elektrische installaties helpen je beoordelen of de elektrische bescherming goed functioneert. Je controleert bijvoorbeeld de beschermingsleidingen, isolatie en aardlekbeveiliging. Samen met een visuele inspectie geven deze metingen inzicht in gebreken die je niet altijd aan de buitenkant ziet.
Wil je deze controles leren uitvoeren en beoordelen? Bekijk de cursus Inspectie elektrische installaties volgens NEN 1010 en NEN 3140 van Ingenium B.V..
Wat is het verschil tussen NEN 1010 en NEN 3140?
De normen hebben ieder een eigen doel:
- NEN 1010 beschrijft eisen voor het ontwerpen, aanleggen en inspecteren van laagspanningsinstallaties. Denk aan de eerste inspectie van een nieuwe installatie of de controle na een uitbreiding.
- NEN 3140 richt zich op het veilig beheren, gebruiken en onderhouden van elektrische installaties en arbeidsmiddelen. Daar horen ook periodieke inspecties van installaties in de gebruiksfase bij.
Bepaal daarom vooraf het doel van de inspectie, de toepasselijke normuitgave en welke onderdelen je onderzoekt. Dit artikel gaat over metingen aan vaste elektrische installaties.
Welke basismetingen aan elektrische installaties zijn nodig?
Begin met een visuele inspectie. Controleer onder meer de bedrading, aansluitingen, afschermingen, beveiligingen en beschikbare documentatie. Bepaal vervolgens welke metingen en beproevingen nodig zijn.
| Meting of beproeving | Wat controleer je? |
|---|---|
| Continuïteit van beschermingsleidingen en vereffeningsverbindingen | Of deze verbindingen ononderbroken zijn en een voldoende lage weerstand hebben. Alleen een piepsignaal van een multimeter geeft hierover onvoldoende informatie. |
| Isolatieweerstand | Of de isolatie tussen actieve geleiders onderling en ten opzichte van de beschermingsleiding voldoende is. De meetopstelling hangt af van het circuit en aangesloten apparatuur. |
| Foutlusimpedantie | Of de foutstroomkring, samen met de beveiliging, voldoende snelle automatische uitschakeling mogelijk maakt. Beoordeel de uitkomst in samenhang met het aardingsstelsel en de beveiliging. |
| Aardverspreidingsweerstand | De weerstand van de aardelektrode naar de omringende aarde. Kies een methode die past bij de aardingsvoorziening en de omstandigheden. |
| Aardlekbeveiliging | De werking en uitschakeltijd van de aardlekschakelaar en, waar nodig, de aanspreekstroom. Stem de test af op het type aardlekschakelaar. |
| Polariteit en fasevolgorde | Of geleiders correct zijn aangesloten en, bij relevante driefasencircuits, de fasevolgorde klopt. |
| Functionele beproevingen | Of schakelingen, besturingen, vergrendelingen en veiligheidsvoorzieningen naar behoren werken. |
Welke basismetingen aan elektrische installaties nodig zijn, hangt af van de installatie en de toegepaste beschermingsmaatregelen. Bij bijzondere beschermingsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld metingen aan gescheiden stroomketens of isolerende vloeren en wanden nodig zijn. Ook spanningsverlies kan een aanvullende beoordeling vragen.
Veilig meten en meetwaarden beoordelen
Laat installatiemetingen uitvoeren door iemand met passende elektrotechnische kennis en meetvaardigheden. Continuïteits en isolatieweerstandsmetingen voer je uit aan een veilig spanningsloos gemaakt installatiegedeelte. Andere metingen, zoals veel foutlus- en aardlekschakelaartests, vereisen bedrijfsspanning en passende veiligheidsmaatregelen.
Kies de testspanning zorgvuldig. Bij een eerste inspectie geldt voor gangbare 230/400V-stroomketens doorgaans een isolatietest met 500 V DC en een minimumwaarde van 1 MΩ. Voor andere circuits en bijzondere omstandigheden kunnen afwijkende bepalingen gelden. Elektronica en overspanningsbeveiligingen vragen bovendien aandacht om schade en onjuiste resultaten te voorkomen.
Een meetwaarde krijgt pas betekenis wanneer je deze vergelijkt met de juiste beoordelingscriteria. Een testknop op een aardlekschakelaar vervangt bijvoorbeeld geen meting van de uitschakeltijd.
Leg de resultaten van installatiemetingen vast
Noteer per onderzocht circuit de meetresultaten, beoordelingscriteria en eventuele afwijkingen. Vermeld ook welke meetapparatuur je gebruikte en welke delen je niet kon inspecteren.
Zo maakt het rapport duidelijk wat je hebt gecontroleerd, welke gebreken herstel vragen en welke controles daarna nog nodig zijn.
Meetapparatuur voor basismetingen aan elektrische installaties
Voor deze metingen gebruik je een geschikte installatietester. Meetwinkel verkoopt bijvoorbeeld de Metrel Eurotest XD MI3155EU.
Deze tester biedt onder meer continuïteitsmetingen, isolatieweerstandsmetingen, aardingsmetingen, foutlusimpedantiemetingen en aardlekschakelaartests. Daarnaast kun je meetgegevens opslaan en verwerken voor rapportage.
Controleer bij je keuze welke meetfuncties, aardlekschakelaartypen en accessoires je nodig hebt. Een apparatentester voor losse elektrische arbeidsmiddelen biedt niet automatisch alle functies voor installatie inspecties.
Leer elektrische installaties doormeten bij Ingenium B.V.
Bij Ingenium B.V. leer je elektrische installaties doormeten. Tijdens de eendaagse inspectiecursus oefen je met meetkoffers en praktijkborden. Je leert metingen uitvoeren, meetfouten herkennen en resultaten beoordelen en rapporteren.
Voor deelname heb je een elektrotechnische vooropleiding op niveau 2 of vergelijkbare ervaring nodig, plus basiskennis van NEN 1010. Je kunt je eigen installatietester meenemen of oefenen met apparatuur van Ingenium.
Wil je zekerder worden in het meten en beoordelen van elektrische installaties? Bekijk de cursusdata en schrijf je in bij Ingenium B.V.
