Een keuring of inspectie lijkt soms eenvoudig: controleren, meten, beoordelen en rapporteren. Toch gaat het in de praktijk regelmatig mis. Niet omdat keurmeesters of inspecteurs hun werk niet serieus nemen, maar omdat er onder tijdsdruk wordt gewerkt, formulieren niet volledig worden ingevuld of meetresultaten verkeerd worden geïnterpreteerd
Een goede keuring vraagt om meer dan alleen een checklist of meetinstrument. De deskundige moet weten wat hij controleert, welke risico’s erbij horen en wanneer een arbeidsmiddel, installatie of onderdeel veilig gebruikt kan worden.
De 10 veelgemaakte fouten bij keuringen en inspecties zijn:
1. Direct beginnen zonder goede voorbereiding
Een veelgemaakte fout is dat de keuring wordt gestart zonder eerst duidelijk te hebben wat er precies moet worden beoordeel. Gaat het om een elektrisch arbeidsmiddel, een installatie, een ladder, een hijsmiddel, een machine of een valbeveiligingsmiddel? Elk object vraagt om een andere manier van beoordelen.
Ook moet vooraf duidelijk zijn welke norm, richtlijn, keuringsprocedure of interne afspraak van toepassing is. Zonder goede voorbereiding wordt de kans groter dat controlepunten worden gemist.
2. Alleen meten en onvoldoende visueel inspecteren
Bij keuringen waarbij meetapparatuur wordt gebruikt, bestaat het risico dat de keurmeester te snel vertrouwt op de meetwaarde. Toch begint een goede keuring meestal met kijken.
Zichtbare schade, slijtage, vervorming, scheuren, ontbrekende onderdelen, beschadigde snoeren, slechte markeringen of sporen van overbelasting kunnen al voldoende reden zijn om een arbeidsmiddel af te keuren of nader te onderzoeken.
Een meting kan goed zijn, terwijl het object toch onveilig is door zichtbare gebreken.
3. Het verkeerde formulier of de verkeerde checklist gebruiken
Niet ieder arbeidsmiddel of iedere installatie kan met hetzelfde formulier worden beoordeeld. Een keuringsformulier voor elektrische arbeidsmiddelen is niet geschikt voor hijsmiddelen, ladders of valbeveiliging. Ook bij elektrische installaties gelden andere controlepunten dan bij losse arbeidsmiddelen.
Een verkeerd formulier leidt snel tot een onvolledige keuring. Gebruik daarom altijd een checklist of rapportage die past bij het soort keuring en de werkzaamheden.
4. Meetwaarden verkeerd interpreteren
Een meetinstrument geeft een waarde, maar de keurmeester of inspecteur moet bepalen wat die waarde betekent. Dat gaat in de praktijk niet altijd goed.
Een meetwaarde moet worden beoordeeld in relatie tot het object, de norm of grenswaarde, de gebruiksomstandigheden en de eerdere keuringshistorie. Alleen vertrouwen op “goed” of “fout” op het display van een tester is niet altijd voldoende.
De deskundige moet kunnen uitleggen waarom een waarde acceptabel is of waarom nader onderzoek nodig is.
5. Onvoldoende aandacht voor de gebruiksomstandigheden
Een arbeidsmiddel of installatie wordt niet in een ideale omgeving gebruikt. De praktijkomstandigheden zijn belangrijk voor de beoordeling.
Een verlengsnoer op kantoor wordt anders belast dan een haspel op een bouwplaats. Een ladder in een magazijn heeft andere risico’s dan een ladder die dagelijks buiten wordt gebruikt. Een verdeelinrichting in een droge technische ruimte vraagt om een andere beoordeling dan een installatie in een vochtige of stoffige omgeving.
De keurmeester moet dus niet alleen naar het object kijken, maar ook naar het gebruik van de omgeving.
6. Werken met onbetrouwbare meetapparatuur
Meetapparatuur moet geschikt zijn voor de meting ‘en betrouwbaar zijn. Toch wordt in de praktijk soms gewerkt met beschadigde meetsnoeren, verlopen kalibratiecertificaten of apparatuur waarvan de nauwkeurigheid niet meer bekend is.
Controleer daarom regelmatig de staat van:
- Meetinstrumenten
- Meetsnoeren en adapters
- Aansluitingen en klemmen
- Batterijen of accu’s
- Kalibratiecertificaten
- Gebruikte software of instellingen
Een keuring is alleen betrouwbaar als ook de gebruikte meetmiddelen betrouwbaar zijn.
7. Onvolledige registratie
Een keuring moet aantoonbaar zijn. Alleen een sticker plakken of mondeling aangeven dat iets goed is, is meestal onvoldoende.
Een goed keuringsrapport bevat in ieder geval duidelijke gegevens over het gekeurde object, de datum, de uitgevoerde controles, de meetresultaten, het oordeel, eventuele gebreken en de naam van de keurmeester of inspecteur.
Zonder goede registratie is achteraf lastig aan te tonen wat er precies is gecontroleerd en waarom iets is goedgekeurd of afgekeurd.
8. Afgekeurde middelen niet duidelijk buiten gebruik stellen
Wanneer een arbeidsmiddel wordt afgekeurd, moet voor iedereen duidelijk zijn dat het niet meer gebruikt mag worden. In de praktijk gaat dit soms mis. Een afgekeurd middel blijft dan toch op de werkvloer liggenen wordt later alsnog gebruikt.
Zorg daarom voor een duidelijke werkwijze bij afkeur. Denk aan markeren, apart zetten, blokkeren voor gebruik en vastleggen welke vervolgstap nodig is: reparatie, herkeuring, vervanging of verwijdering.
9. Te veel werken onder tijdsdruk
Tijdsdruk is een belangrijke oorzaak van keuringsfouten. Als er te weinig tijd wordt ingepland, worden controlepunten sneller overgeslagen, rapporten minder zorgvuldig ingevuld en afwijkingen minder goed onderzocht.
Een keuring moet zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd. Zeker bij twijfelgevallen, afwijkende meetwaarden of zichtbare gebreken is extra aandacht nodig. Snel keuren mag nooit belangrijker worden dan veilig en deskundig keuren
10. Kennis niet actueel houden
Normen, inzichten, technieken en arbeidsmiddelen veranderen. Een keurmeester die jarenlang op dezelfde manier blijft keuren, loopt het risico dat hij nieuwe risico’s of gewijzigde beoordelingscriteria mist.
Kennisonderhoud is daarom belangrijk. Dat kan door herhalingscursussen, interne kennissessies, overleg met collega’s het volgen van normwijzigingen en het bespreken van praktijkgevallen.
Deskundigheid is geen eenmalig certificaat, maar iets dat onderhouden moet worden.
Kort gezegd
Veelgemaakte fouten bij keuringen en inspecties ontstaan vaak door haast, onvoldoende voorbereiding, verkeerde formulieren, onjuiste metingen of gebrekkige registratie.
Een goede keuring bestaat uit:
- Voorbereiden
- Visueel inspecteren
- Meten waar nodig
- Beoordelen
- Registreren
- Duidelijk handelen bij afkeur
De deskundigheid van de keurmeester of inspecteur blijft daarbij bepalend. Meetapparatuur, checklists en software zijn hulpmiddelen, maar nemen de beoordeling niet over.
Beter leren keuren of inspecteren?
Wilt u leren hoe u arbeidsmiddelen of elektrische installaties op de juiste manier keurt, inspecteert, meet en beoordeelt? Ingenium biedt praktijkgerichte opleidingen voor keurmeesters.
Tijdens onze opleidingen leert u niet alleen welke controleren uitgevoerd moeten worden, maar vooral hoe u meetresultaten, gebreken en praktijksituaties deskundig beoordeelt.