Het lichtnet is het laagspanningsnet dat elektriciteit levert aan woningen en veel bedrijfsgebouwen. Via de aansluiting en de groepenkast bereikt de elektriciteit stopcontacten, verlichting en andere elektrische apparaten.
In Nederland gebruiken we doorgaans 230 volt wisselspanning met een frequentie van 50 hertz. Bij een driefasenaansluiting is ook 400 volt tussen de fasen beschikbaar. Hieronder lees je hoe dit werkt en welke onderdelen bijdragen aan een veilige installatie.
Wil je deze basis beter begrijpen? Bekijk de e-learning Basiskennis elektrische installaties van Ingenium.
Hoe werkt het lichtnet?
Elektriciteit bereikt woningen en bedrijven via verschillende netten. Transformatoren verlagen de spanning stapsgewijs. Een transformatorstation in de wijk zet de middenspanning uiteindelijk om naar de laagspanning voor de aangesloten gebouwen.
De netbeheerder beheert het openbare elektriciteitsnet en de aansluiting. Binnen het gebouw verdeelt de groepenkast de elektriciteit over afzonderlijke groepen, bijvoorbeeld voor verlichting, stopcontacten en grotere verbruikers.
Ook zonnepanelen kunnen via een omvormer elektriciteit aan de installatie leveren. Een eventueel overschot gaat terug naar het openbare net.
Welke spanning en frequentie heeft het lichtnet?
De nominale spanning tussen fase en nul is 230 volt. Nominaal betekent de afgesproken waarde: de werkelijke spanning kan hiervan afwijken.
Voor langzame spanningsvariaties gelden op het Nederlandse laagspanningsaansluitpunt grenzen van 207 tot 253 volt. De spanning kan bijvoorbeeld veranderen wanneer veel apparaten tegelijk stroom gebruiken of zonnepanelen elektriciteit terugleveren.
De netfrequentie is 50 hertz, oftewel 50 volledige wisselspanningsperioden per seconde.
Knipperende verlichting of uitvallende apparaten kunnen wijzen op een probleem in de eigen installatie of het openbare net. Laat de oorzaak onderzoeken. Eén losse spanningsmeting geeft geen volledig beeld van de spanningskwaliteit.
Wat is het verschil tussen één en drie fasen?
Een eenfaseaansluiting gebruikt één fase en een nulgeleider. Tussen beide staat normaal ongeveer 230 volt.
Een driefasenaansluiting gebruikt drie fasen en doorgaans een nulgeleider. In het gebruikelijke Nederlandse 230/400V-net geldt:
| Tussen welke geleiders? | Nominale spanning |
|---|---|
| Een fase en de nul | 230 volt |
| Twee verschillende fasen | 400 volt |
Bij drie fasen kun je de belasting over meerdere fasen verdelen. Ook kun je geschikte driefasenapparatuur aansluiten, zoals bepaalde machines, warmtepompen of laadvoorzieningen.
Gewone stopcontacten blijven daarbij op 230 volt werken. Welke aansluiting nodig is, hangt af van de apparatuur, het gelijktijdige gebruik en de aansluitcapaciteit.
Waarvoor dienen fase, nul en aarde?
Deze geleiders hebben verschillende functies:
- Fase (L): een actieve geleider die normaal spanning voert.
- Nul (N): maakt bij een eenfaseaansluiting samen met de fase de stroomkring compleet.
- Beschermingsleiding (PE): verbindt onderdelen die beschermingsaarding nodig hebben met het aardingssysteem.
Bij een isolatiefout helpt de beschermingsleiding om een foutstroom af te voeren, zodat de passende beveiliging kan uitschakelen. De vereiste bescherming hangt af van het aardingssysteem en de installatie.
Beschouw de nulgeleider nooit als een veilige aanraakdraad. Ook hierop kan onder bepaalde omstandigheden een gevaarlijke spanning staan.
Welke beveiligingen zitten in de groepenkast?
Een installatieautomaat of smeltzekering beschermt tegen overstroom, bijvoorbeeld door overbelasting of kortsluiting.
Een aardlekschakelaar reageert op een verschil tussen de heen- en teruggaande stroom. Zo kan deze uitschakelen wanneer stroom via een ongewenste weg wegvloeit.
Een aardlekautomaat combineert beide functies.
Deze beveiligingen hebben dus verschillende taken. Een gewone aardlekschakelaar vervangt geen beveiliging tegen overbelasting. Bovendien maken beveiligingen het aanraken van spanningvoerende delen niet veilig.
Welke draadkleuren kom je tegen?
In Nederlandse installaties zijn onderstaande kleuren gebruikelijk:
| Functie | Gebruikelijke kleur |
|---|---|
| Fase | Bruin |
| Fasen in een driefasenkabel | Bruin, zwart en grijs |
| Nul | Blauw |
| Beschermingsleiding | Groen-geel |
| Schakeldraad naar bijvoorbeeld een lamp | Zwart |
In oudere of aangepaste installaties kunnen andere kleuren voorkomen. Een draadkleur bewijst daarom niet welke functie een geleider heeft of dat deze spanningsloos is.
Meetapparatuur bij Meetwinkel
Voor het controleren van spanning gebruikt een deskundige een geschikt meetinstrument. Meetwinkel verkoopt bijvoorbeeld de Nieaf-Smitt EazyVolt Pro LCD tweepolige spanningstester.
Deze tester meet onder andere wissel- en gelijkspanning en beschikt over een verlicht display. Gebruik het instrument volgens de handleiding en binnen de toegestane meetcategorie en spanningsgrenzen.
Een spanningstester is geen vervanging voor een volledige installatie-inspectie of langdurige meting van de spanningskwaliteit.
Leer elektrische installaties begrijpen bij Ingenium
Wil je beter begrijpen hoe de meterkast, stroomstelsels, aarding en beveiligingen samenwerken? De e-learning Basiskennis elektrische installaties van Ingenium behandelt deze onderwerpen stap voor stap.
Je hebt geen elektrotechnische vooropleiding nodig. Het doorlopen van de lesstof duurt ongeveer tien uur.
Bekijk de e-learning Basiskennis elektrische installaties en schrijf je in.