Noodverlichting inspecteren helpt om defecte armaturen, versleten accu’s en onvoldoende verlichting tijdig te ontdekken. Bij stroomuitval moeten aanwezigen immers de uitgang kunnen vinden en gevaarlijke werkzaamheden veilig kunnen beëindigen. Daarom controleer je niet alleen of een lamp brandt, maar ook of de installatie voldoende licht geeft en lang genoeg blijft functioneren.
Wil je deze controles zelf leren uitvoeren? Bekijk de cursus Inspectie en onderhoud van noodverlichting van Ingenium.
Welke regels gelden voor inspectie van noodverlichting?
Of noodverlichting verplicht is, hangt onder meer af van de gebouwfunctie, het gebruik en de vluchtroutes. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen voor aangewezen ruimten en routes. Daarnaast verlangt het Arbobesluit noodverlichting waar werknemers gevaar kunnen lopen wanneer de normale verlichting uitvalt.
Waar de betreffende Bbl-eis geldt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden minimaal 1 lux leveren op de voorgeschreven vloer- en loopvlakken, gedurende ten minste 60 minuten. Voor bijzondere toepassingen kunnen strengere eisen gelden.
Bij inspectie en onderhoud zijn vooral deze normen relevant:
- NEN-EN 1838:2025: lichttechnische eisen aan noodverlichting.
- NEN-EN 50172:2024: installatie, verificatie, beheer, documentatie en testen.
Leg vast welke eisen en normuitgaven bij de installatie horen. Een nieuwe normeditie betekent niet automatisch dat iedere bestaande installatie moet worden vervangen.
Welke functies heeft noodverlichting?
Noodverlichting vervult verschillende functies:
- Vluchtrouteverlichting maakt de looproute en obstakels zichtbaar.
- Vluchtrouteaanduiding wijst met groen-witte pictogrammen naar de uitgang.
- Anti-paniekverlichting helpt mensen zich in open ruimten te oriënteren en een vluchtroute te bereiken.
- Verlichting van werkplekken met verhoogd risico maakt het mogelijk om gevaarlijke werkzaamheden veilig af te sluiten.
Voor die laatste toepassing geldt minimaal 15 lux én minimaal 10% van de vereiste verlichtingssterkte voor de taak. Het vereiste lichtniveau moet, afhankelijk van de toepassing, ononderbroken of binnen 0,5 seconde beschikbaar zijn.
Wat controleer je aan de installatie?
Begin met een visuele controle. Let op beschadigingen, vervuiling, losse bevestigingen en afgedekte armaturen. Controleer daarnaast of pictogrammen zichtbaar zijn en de juiste richting aangeven. Een gewijzigde indeling of nieuwe stelling kan de werking van een eerder goedgekeurde installatie belemmeren.
Het type voeding bepaalt welke aanvullende controles nodig zijn:
- Decentrale noodverlichting: ieder armatuur heeft een eigen accu. Controleer de accu, laadfunctie, lichtbron en eventuele storingsmeldingen.
- Centrale noodverlichting: meerdere armaturen delen een noodvoeding. Controleer ook de centrale voeding, accu’s, bewaking en aangesloten circuits.
Beoordeel vervolgens de lichtopbrengst op de relevante meetpunten. Een brandende lamp kan door vervuiling of veroudering alsnog onvoldoende licht geven.
Hoe vaak moet je noodverlichting inspecteren?
NEN-EN 50172:2024 onderscheidt de volgende controlemomenten:
| Moment | Controle |
|---|---|
| Dagelijks | Controle van de statusindicatoren van centrale noodvoedingen. Centrale bewaking en dagelijkse controle zijn ook aanbevolen bij decentrale systemen. |
| Maandelijks | Een korte functietest: schakelen de armaturen naar noodbedrijf en functioneren de verlichting en aanduidingen? |
| Jaarlijks | Een uitgebreidere controle, inclusief een duurtest over de volledige voor het systeem vastgelegde brandduur. |
| Iedere vijf jaar | Lichtmetingen om te controleren of de installatie nog aan de bij het ontwerp gehanteerde lichttechnische eisen voldoet. |
Automatische tests kunnen controles ondersteunen. Controleer wel de resultaten en volg storingen op; een zelftest vervangt geen beoordeling van vervuiling, beschadiging of plaatsing.
Plan duurtests op een geschikt moment. Houd rekening met de oplaadtijd van de accu’s en regel zo nodig tijdelijke veiligheidsmaatregelen.
Onderhoud en registratie
Onderhoud van noodverlichting bestaat onder meer uit reinigen, herstellen van beschadigingen en vervangen van versleten onderdelen. Volg hiervoor de instructies van de fabrikant.
Vervang een accu wanneer deze de vereiste brandduur niet meer haalt of wanneer de fabrikant preventieve vervanging voorschrijft. De levensduur hangt onder meer af van het accutype, de temperatuur en het gebruik. Hanteer daarom niet voor iedere installatie automatisch dezelfde termijn.
Bewaar in het logboek de oplevergegevens, controledatums, resultaten, gebreken, herstelwerkzaamheden en wijzigingen. Noteer ook wie de werkzaamheden uitvoerde. Zo blijft zichtbaar welke problemen nog aandacht vragen.
Meetapparatuur bij Meetwinkel
Voor lichtmetingen heb je een luxmeter nodig die ook lage verlichtingssterkten betrouwbaar meet.
Meetwinkel biedt bijvoorbeeld de Sonel LXP-10A luxmeter. Deze meter is geschikt voor LED-verlichting, heeft een resolutie tot 0,001 lux en kan meetresultaten opslaan. Dat maakt hem bruikbaar bij het beoordelen en vastleggen van de verlichtingssterkte van noodverlichting.
Let bij het meten op de meetpunten, invloed van daglicht en de kalibratiestatus van de meter. Een luxmeting beoordeelt de verlichtingssterkte; daarnaast blijven functie- en duurtests nodig.
Zelf noodverlichting inspecteren? Volg de cursus
Wil je leren welke gebreken je moet herkennen en hoe je testresultaten beoordeelt? Tijdens de eendaagse cursus Inspectie en onderhoud van noodverlichting van Ingenium B.V. combineer je theorie met praktijkoefeningen aan noodverlichtingssystemen.
Je behandelt centrale en decentrale installaties, lichtmetingen, onderhoud en rapportage. Enige elektrotechnische voorkennis is gewenst.
