Inspecteren van autolaadpalen

Autolaadpalen inspecteren volgens NEN 1010 en NEN 3140

Autolaadpalen inspecteren betekent controleren of de laadinstallatie elektrisch veilig is en de laadfunctie correct werkt. Daarbij beoordeel je de laadpaal én de bijbehorende voeding, bekabeling en beveiligingen.

Deze uitleg richt zich op vaste AC-laadpunten, waaronder laadpalen en wandladers die werken volgens mode 3, met een type 2-aansluiting. Voor DC-snelladers zijn andere testvoorzieningen en aanvullende kennis nodig.

Wil je deze inspecties in de praktijk leren uitvoeren? Bekijk de cursus Inspectie autolaadpalen volgens NEN 1010 en NEN 3140 van Ingenium.

Welke normen zijn van toepassing?

Bij laadpaalinspecties hebben verschillende normen een eigen functie:

  • NEN 1010: voor de aanleg en beoordeling bij oplevering van de elektrische installatie. Rubriek 722 bevat aanvullende bepalingen voor de voeding van elektrische voertuigen.
  • NEN 3140: voor de veilige bedrijfsvoering en periodieke inspectie van elektrische installaties in een werkomgeving.
  • NEN-EN-IEC 61851-1: voor de algemene eisen aan het geleidende laadsysteem, waaronder de werking en veiligheidsfuncties.

Neem ook de installatie- en onderhoudsinstructies van de fabrikant mee. Leg in het inspectierapport vast welke eisen en normuitgaven je gebruikt.

Wat controleer je tijdens een laadpaalinspectie?

Een inspectie bestaat uit visuele controles, metingen en functionele beproevingen.

OnderdeelWat beoordeelt de inspecteur?
Behuizing en aansluitingBeschadigingen, bevestiging, vochtindringing, kabelinvoer en de toestand van laadkabel en connector.
Voedende installatieDe aansluiting, bekabeling, overstroombeveiliging en aardlekvoorzieningen.
Beschermingsleiding en isolatieDe continuïteit van de beschermingsleiding en de isolatie, met een geschikte meetmethode.
Elektrische beveiligingOf de beveiligingen bij fouten correct kunnen uitschakelen, onder meer met passende impedantie- en aardlektests.
LaadfunctieDe reactie op voertuigstatussen, de vergrendeling waar aanwezig en het gedrag bij gesimuleerde fouten.

De benodigde metingen hangen af van de installatie en het laadpunt. Stem bijvoorbeeld een isolatiemeting af op de aanwezige elektronica en de fabrikantvoorschriften.

Extra aandacht voor aardlekbeveiliging

Bij AC-laadpunten moet de inspecteur ook rekening houden met mogelijke DC-foutstromen. Die kunnen de werking van ongeschikte aardlekbeveiliging beïnvloeden.

Gebruikelijke oplossingen zijn een 30 mA-aardlekbeveiliging type B, of een 30 mA-type A in combinatie met geschikte 6 mA-DC-foutstroombeveiliging. De precieze uitvoering moet passen bij de laadvoorziening en de toepasselijke voorschriften.

Een ingebouwde 6 mA-DC-detectie vervangt op zichzelf geen 30 mA-aardlekbeveiliging. Controleer daarom welke beveiligingen daadwerkelijk aanwezig zijn en test ze met geschikte meetapparatuur.

Wat betekenen CP en PP?

Een laadpunt wisselt signalen uit met het voertuig voordat het laden begint:

  • CP — Control Pilot: geeft informatie over de voertuigstatus en de beschikbare laadstroom.
  • PP — Proximity Pilot: geeft bij type 2-aansluitingen via weerstandscodering informatie over de aangesloten kabel en de toegestane kabelstroom.

Met een geschikte EVSE-testadapter kan de inspecteur verschillende voertuigstatussen en foutcondities nabootsen. Zo controleert hij of het laadpunt onder de juiste voorwaarden inschakelt en bij fouten passend reageert. EVSE staat voor Electric Vehicle Supply Equipment: de laadvoorziening voor elektrische voertuigen.

Wanneer moet je autolaadpalen inspecteren?

Laat de installatie vóór ingebruikname controleren. Beoordeel na een wijziging, reparatie, aanrijding of andere schade welke aanvullende controles nodig zijn.

Voor periodieke inspecties bestaat geen algemene vaste jaarlijkse termijn die voor ieder laadpunt geldt. Stem de frequentie af op het gebruik, de omgeving, eerdere gebreken, fabrikantvoorschriften en eventuele contractuele eisen.

Laat de inspectie uitvoeren door iemand met passende elektrotechnische deskundigheid en kennis van laadinstallaties. Leg meetresultaten, afwijkingen, conclusies en noodzakelijke herstelmaatregelen vast.

Meetapparatuur van Meetwinkel

Voor een mode 3-laadpunt met type 2-aansluiting kun je bijvoorbeeld de volgende combinatie gebruiken:

De adapter alleen voert geen volledige elektrische inspectie uit. Controleer bij aanschaf welke meetfuncties, accessoires en software je nodig hebt voor jouw werkzaamheden.

Leer laadpaalinspecties uitvoeren bij Ingenium

Wil je autolaadpalen inspecteren en meetresultaten zorgvuldig leren beoordelen? Tijdens de eendaagse cursus Inspectie autolaadpalen volgens NEN 1010 en NEN 3140 van Ingenium B.V. combineer je theorie met praktische inspecties en metingen.

Een elektrotechnische vooropleiding of vergelijkbare ervaring is noodzakelijk. Je kunt oefenen met je eigen installatietester of met apparatuur van Ingenium.

Bekijk de cursusdata en meld je aan om laadinstallaties met de juiste kennis en meetaanpak te beoordelen.

Geplaatst in .