De nieuwe NEN 3140: 2026

Een praktische NEN 3140 cursus volgen? Dat doet u bij Ingenium de opleider van elektrisch veilig werkend NederlandBelangrijkste verschillen tussen NEN 3140:2019 en het nieuwe normontwerp

Recentelijk heeft het NEN de conceptversie / versie voor commentaar van de nieuwe NEN 3140 gepubliceerd. In dit kennisbankartikel geven wij een voorlopige analyse van de verschillen tussen de 2019 versie en de nieuwe 2026 versie. Wij houden u op de hoogte wanneer de norm definitief wordt gepubliceerd.

De bestaande NEN 3140 uit 2019 vormt al jaren de basis voor veilig werken aan en met elektrische installaties en elektrische arbeidsmiddelen. In het nieuwe normontwerp blijft die basis in grote lijnen overeind, maar op meerdere punten is de norm duidelijker, concreter en strakker uitgewerkt.

Vooral de rollen van de installatieverantwoordelijke en de werkverantwoordelijke worden scherper beschreven. Ook is de inspectiesystematiek overzichtelijker ingedeeld. Bij inspectie van elektrische arbeidsmiddelen blijven de bekende meetmethoden en grenswaarden vrijwel gelijk. Bij elektrische installaties zijn er wel een aantal inhoudelijke aanscherpingen.

In dit artikel zetten we de belangrijkste verschillen overzichtelijk op een rij.

1. Inspectie van elektrische arbeidsmiddelen

Bij de inspectie van elektrische arbeidsmiddelen verandert inhoudelijk minder dan bij installaties. De bekende uitgangspunten blijven grotendeels hetzelfde. Denk aan het beoordelen van de mechanische toestand, de staat van kabels en stekkers, de beschermingsleiding, de beveiligingen en eventuele beschadigingen of ongewenste aanpassingen.

Ook de gebruikelijke metingen blijven in de basis gelijk. Nog steeds gaat het om controles zoals:

  • isolatieweerstand of lekstroom;

  • weerstand van de beschermingsleiding;

  • werking van aardlekbeveiligingen;

  • werking van veiligheidsketens;

  • werking van nulspanningsbeveiligingen.

 

De bekende grenswaarden blijven daarbij in hoofdzaak ongewijzigd. Dat betekent dat de praktijk van het keuren van elektrische arbeidsmiddelen voor veel inspecteurs herkenbaar zal blijven.

Wat wel verandert, is de opbouw van de norm. De technische uitwerking staat in het nieuwe ontwerp overzichtelijker gegroepeerd. Daardoor is de norm beter leesbaar, maar voor de dagelijkse keuringspraktijk zijn de inhoudelijke gevolgen beperkt.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor inspecteurs van elektrische arbeidsmiddelen zal de overstap naar het nieuwe ontwerp niet voelen als een compleet nieuwe werkwijze. De kern blijft gelijk. Wel wordt de systematiek netter en logischer gepresenteerd. Dat helpt vooral bij opleiding, instructie en interpretatie.

2. Inspectie van elektrische installaties

Bij de inspectie van elektrische installaties zijn de wijzigingen duidelijker zichtbaar. Waar de oude norm nog vrij compact was opgebouwd, maakt het nieuwe ontwerp een scherper onderscheid tussen meten, beproeven en inspecteren. Dat zorgt voor meer duidelijkheid over wat nu precies onder welk onderdeel valt.

Ook de visuele inspectie wordt sterker gekoppeld aan het huidige gebruik van de installatie. De vraag is dus niet alleen of een installatie technisch nog in orde is, maar ook of die nog past bij de manier waarop deze vandaag wordt gebruikt.

Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in:

  • gebruiksfunctie van een ruimte;

  • productieproces;

  • aanwezigheid van vocht, stof, brand- of explosiegevaar;

  • uitbreiding van installatiedelen;

  • zwaardere belasting dan oorspronkelijk voorzien.

 

Belangrijkste inhoudelijke aanscherpingen

De grootste technische aanscherping zit in de controle van de foutstroomketen en de beoordeling van de kortsluitstroom. In het nieuwe ontwerp wordt veel concreter omschreven hoe moet worden vastgesteld of een beveiliging in de praktijk nog goed functioneert. Dat maakt de beoordeling minder algemeen en meer toetsbaar.

Daarnaast is nieuw dat ook aandacht wordt gevraagd voor de stroomverdeling in parallel aangesloten kabels. Dat is vooral relevant in installaties waar meerdere kabels samen één belasting voeren. Een ongelijke stroomverdeling kan daar leiden tot overbelasting van afzonderlijke aders of kabels.

Verder wordt de rapportage van inspecties duidelijker vastgelegd. Waar voorheen vooral stond dat inspectieresultaten moesten worden vastgelegd, noemt het ontwerp nu expliciet welke basisinformatie in een rapport thuishoort. Dat zorgt voor meer uniformiteit en een professionelere vastlegging.

Wat betekent dit in de praktijk?

 

Voor inspecteurs van elektrische installaties betekent het nieuwe ontwerp dat de inspectie minder vrijblijvend wordt. De norm geeft duidelijker richting aan wat je moet controleren, hoe je dat beoordeelt en wat je minimaal moet rapporteren.

Voor organisaties is dat gunstig, omdat inspecties beter vergelijkbaar worden. Voor inspecteurs betekent het ook dat de onderbouwing van bevindingen sterker moet zijn.

3. De rol van de installatieverantwoordelijke

 

De rol van de installatieverantwoordelijke wordt in het nieuwe ontwerp nadrukkelijker omschreven. Waar deze functie in de oude norm vooral werd gekoppeld aan verantwoordelijkheid voor veilige bedrijfsvoering, wordt nu sterker benadrukt dat de installatieverantwoordelijke ook regels opstelt, de bedrijfsvoering organiseert en periodiek beoordeelt of die bedrijfsvoering nog veilig is.

Daarmee verschuift de rol iets meer richting beleid, structuur en regie.

De installatieverantwoordelijke blijft verantwoordelijk voor onder meer:

  • het veilig beheren van installaties en elektrische arbeidsmiddelen;

  • het organiseren van inspectie, onderhoud en herstel;

  • het beoordelen van wijzigingen in gebruik of omstandigheden;

  • het opstellen van toegangsregels voor ruimten met elektrisch gevaar;

  • het vaststellen van bedieningsprocedures;

  • het beoordelen of spanningsloos werken mogelijk is.

 

Belangrijk verschil

Een belangrijk verschil is dat het nieuwe ontwerp duidelijker maakt dat de installatieverantwoordelijke ook bij delegatie de centrale regierol houdt. Verantwoordelijkheden kunnen worden verdeeld, maar de hoofdlijn van het veiligheidsbeleid blijft bij de installatieverantwoordelijke liggen.

Wat betekent dit in de praktijk?

De functie van installatieverantwoordelijke wordt minder een papieren aanwijzing en meer een actieve veiligheidsrol. Organisaties zullen deze rol dus ook echt inhoud moeten geven.

4. De rol van de werkverantwoordelijke

Ook de rol van de werkverantwoordelijke blijft in de kern herkenbaar, maar wordt strakker omschreven. De werkverantwoordelijke blijft verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek en voor de uitvoering van werkzaamheden.

Daaronder vallen onder andere:

  • het inschatten van de risico’s van het werk;

  • het opstellen van het werkplan;

  • het kiezen van de juiste uitvoerenden;

  • het bepalen van de werkwijze;

  • het selecteren van hulpmiddelen en beschermingsmiddelen;

  • het instrueren van betrokkenen;

  • het organiseren van toezicht.

 

Belangrijk verschil

In het nieuwe ontwerp loopt de verantwoordelijkheid van de werkverantwoordelijke duidelijker door tot aan de oplevering van het werk. Het gaat dus niet alleen om voorbereiding en uitvoering, maar ook om de manier waarop werkzaamheden worden afgerond en teruggegeven aan de organisatie.

Wat betekent dit in de praktijk?

De werkverantwoordelijke krijgt nog nadrukkelijker een sleutelrol in de hele werkcyclus: van voorbereiding tot oplevering.

5. De rol van de vakbekwaam persoon

Voor de vakbekwaam persoon verandert de basis niet fundamenteel. De vakbekwaam persoon blijft degene met voldoende opleiding en ervaring om elektrische gevaren te herkennen en te voorkomen.

Wel wordt in het nieuwe ontwerp duidelijker vastgelegd dat onder spanning werken alleen is toegestaan aan personen die hiervoor specifiek zijn opgeleid en aangewezen. Daarmee komt de vakbekwaam persoon nog centraler te staan bij risicovolle werkzaamheden.

Wat betekent dit in de praktijk?

De vakbekwaam persoon blijft de ondergrens voor complexer elektrisch werk. Bij onder spanning werken wordt die positie zelfs duidelijker en strenger.

6. De rol van de voldoende onderrichte persoon

De rol van de voldoende onderrichte persoon blijft bestaan voor afgebakende werkzaamheden met een beperkt elektrisch risico. Denk bijvoorbeeld aan:

  • het vervangen van lampen;

  • het resetten van beveiligingen;

  • het aan- en afkoppelen van elektromotoren;

  • het monteren van stekkers;

  • het inspecteren van elektrische arbeidsmiddelen;

  • specifieke eenvoudige bedrijfshandelingen.

 

Het nieuwe ontwerp maakt wel scherper waar de grens ligt. De voldoende onderrichte persoon blijft geschikt voor duidelijk omschreven taken, maar niet voor werkzaamheden waarbij het risico of de complexiteit te groot wordt.

Wat betekent dit in de praktijk?

De rol van de voldoende onderrichte persoon blijft belangrijk, maar moet goed begrensd worden. Heldere instructie, duidelijke taakomschrijving en passend toezicht blijven essentieel.

Overzichtstabel: belangrijkste verschillen

Onderwerp

Oude situatie

Nieuwe ontwerp

Inspectie arbeidsmiddelen

Inhoudelijk bekende werkwijze

Inhoud vrijwel gelijk, maar overzichtelijker ingedeeld

Meetwaarden arbeidsmiddelen

Bekende grenswaarden

Grenswaarden blijven in hoofdzaak gelijk

Inspectie installaties

Meer algemeen omschreven

Concreter en scherper uitgewerkt

Kortsluitstroombeoordeling

Meer algemeen

Duidelijker en technischer uitgewerkt

Parallelle kabels

Nauwelijks expliciet benoemd

Expliciete aandacht voor stroomverdeling

Inspectierapportage

Vastleggen van resultaten

Minimale rapportage-inhoud duidelijker benoemd

Installatieverantwoordelijke

Verantwoordelijk voor veilige bedrijfsvoering

Sterker gekoppeld aan beleid, regels en evaluatie

Werkverantwoordelijke

Focus op voorbereiding en uitvoering

Ook nadrukkelijk betrokken bij oplevering

Vakbekwaam persoon

Centrale rol bij elektrisch werk

Nog duidelijker gepositioneerd bij risicovol werk

Voldoende onderricht persoon

Voor beperkte taken

Blijft bestaan, maar grens wordt scherper bewaakt

Conclusie

Het nieuwe normontwerp van NEN 3140 is geen complete breuk met de bestaande norm, maar wel een duidelijke aanscherping en professionalisering.

Voor de inspectie van elektrische arbeidsmiddelen blijft veel herkenbaar. Voor installaties wordt de norm concreter, strakker en beter toetsbaar. Daarnaast worden de verantwoordelijkheden van de installatieverantwoordelijke en de werkverantwoordelijke duidelijker vastgelegd.

Voor opleiders, inspecteurs en organisaties betekent dit vooral dat de inhoud van de norm beter aansluit op een moderne praktijk, waarin veiligheid, duidelijke taakverdeling en goede vastlegging steeds belangrijker worden.

Wat vindt er verder plaats

Als de opmerkingen zijn beoordeeld en de eventuele wijzigingen zijn doorgevoerd dan zal op enig moment de nieuwe norm gepubliceerd worden. Ingenium dé Opleider houdt u uiteraard op de hoogte!

Geplaatst in .