Installatietester keuzewijzer

U wilt een NEN 1010 / NEN 3140 installatietester aanschaffen? Met deze hulp maakt u de juiste keuze!

Het aanbod installatietesters is tegenwoordig zeer compleet. Zo zijn er testers van Nieaf-Smitt, Metrel, Gossen Metrawatt en Fluke op de markt. Welke installatietester is geschikt voor de werkzaamheden die je uitvoert? En waar moet je bij de aanschaf van een installatietester op letten?

Waarom worden elektrische installaties periodiek geïnspecteerd?

De eerste vraag die opkomt bij de aanschaf van een installatietester is: waarom meten? Voordat een elektrische installaties in gebruik wordt genomen moet er een opleveringsinspectie plaats vinden. Dit geldt voor nieuwbouw, wijzigingen en uitbreidingen. Deze opleveringskeuring staat omschreven in de NEN 1010 norm. De NEN 1010 geldt uiteraard voor alle elektrotechnische werkzaamheden. Daarnaast is het van belang om elektrische installaties periodiek te inspecteren op basis van de NEN 3140 norm.

Verzekeren tegen het risico van brand

De meest genoemde oorzaak van brand is de elektrische installatie. Om dit soort elektrische installaties te verzekeren tegen het risico van brand is een opleverinspectie vaak vereist. Zeker na het uitbreken van een brand is het van belang aan te kunnen tonen dat de installatie veilig was.

Bij de aankoop van een installatietester spelen verschillende criteria een rol:

Meting van circuitimpedanties

Met het meten van circuitimpedanties worden de metingen Zi en Zs bedoeld. Dit is de impedantie van de foutstroomketen. Zi is de impedantie tussen L en N, Zs is de impedantie tussen L en PE. Zs wordt ook wel Zloop, Zschl of Z L-PE genoemd. Zi heeft minder andere benamingen maar wordt ook wel Z L-N genoemd.

Metingen aan de elektrische installatie kunnen zijn het meten van de:

Circuitimpedantie: dit is de ‘lusweerstand’ tussen een fase en aarde:

  • L1 – PE
  • L2 – PE
  • L3 – PE

Netimpedantie: dit is de ‘lusweerstand’ tussen een fase en de nul en tussen de fasen onderling:

  • L1 – N
  • L2 – N
  • L3 – N
  • L1 – L2
  • L2 – L3
  • L1 – L3

Het maakt veel uit of het een kleine elektrische installatie is met een hoofdbeveilging van bijvoorbeeld 50 A of een grote bedrijfsinstallatie met een hoofdbeveiliging van bijvoorbeeld 1200 A. Bij kortsluiting loopt er een veelvoud van deze stromen en dat moet de tester wel kunnen meten. Als de tester deze grote stromen niet kan meten zal de tester een lagere meetwaarde aangeven dan de werkelijkheid is waardoor en er een verkeerde conclusievolgt.

Bij het meten van de circuitimpedantie zal de eventuele aardlekbeveiliging onmiddellijk aanspreken. De meetstroom wordt door de aardlekbeveiliging als een aardlekstroom ervaren. Doordat de aardlekschakelaars steeds vaker worden toegepast is het van belang een tester te kiezen die het meten van de circuitimpedantie kan uitvoeren zonder de aardlekschakelaar te laten afschakelen.

Meten van de isolatieweerstand

Isolatieweerstand: de ‘doorslagweerstand’ van de isolatie van groepenkasten, schakelkasten, leidingen, meestal:

  • L1 – PE
  • L2 – PE
  • L3 – PE
  • N – PE

Meten van de laagvormige weerstand

Het meten van de laagohmige weerstand wordt gedaan voor het controleren van de potentiaalvereffening en dergelijke.

Aardverspreidingsweerstand

Als u de aardverspreidingweerstand van een aardelektrode wilt meten is het van belang of u dit doet bij een installatie die reeds op het distributienet is aangesloten of dat u de meting moet uitvoeren zonder aansluiting op het distributienet. Bijvoorbeeld bij het maken van een bouwaansluiting zal er nog geen netvoeding aanwezig zijn.

Bij het meten van de aardelektrode heeft de tester een hulpelektrode en een meetroonde nodig. Sommige testers gebruiken uitsluitend de aarding van het distributienet als hulpelektrode. Deze testers kunnen alleen metingen aan de elektrode uitvoeren bij installaties met een netaansluiting.

Als u bijvoorbeeld in het ‘vrije veld’ aan de aardelektrode van een bouwaansluiting moet meten heeft u een tester nodig waarop je ook een afzonderlijke hulpelektrode kan aansluiten. De Metrel Eurotest XE wordt geleverd inclusief een set met meetsnoeren en hulpelektrodes.

Testen van de aardlekschakelaar

Het testen van de aardlekschakelaar kan op verschillende manieren. Belangrijk bij de keuze van een installatietester is te letten op het kunnen meten met een enkelzijdig gelijkgerichte teststroom. Deze stroom wordt steeds vaker geadviseerd als teststroom, waarbij de uitschakelstroom hoger ligt dat de nominaalstroom (42 mA voor een aardlekschakelaar van 30 mA nominaal).

Het kunnen testen van Type B aardlekschakelaars is ook een belangrijke eigenschap om op te letten bij de aanschaf van een installatietester. Dit zijn aardlekschakelaars welke reageren op DC foutstromen. Momenteel nog weinig toegepast, maar de verwachting is dat Type B RCD’s steeds meer toegepast zullen worden. Voorbeelden hiervan zijn industriële installaties en laadsystemen. Installatietesters die dit kunnen zijn de Nieaf-Smitt Instaltest AT, de Metrel Eurotest XE en de Fluke 1664.

Stabiliteit van de metingen

De ervaring leert dat – name de impedantiemeting – niet iedere installatietester even stabiel meet. Een van de betere selectiemethodes is het meermalig uitvoeren van een impedantiemeting, waarbij het instrument steeds dezelfde waarde aan moet blijven geven.

Veilig meten in elektrische installaties

Voor metingen aan verdeelinrichtingen is minimaal een meetinstrument met veiligheidscategorie CAT IV – 300V nodig. Instrumenten met een lagere categorie, bijvoorbeeld CAT III, zijn niet geschikt voor het uitvoeren van metingen in een verdeler. Deze veiligheidscategorie geldt ook voor toegepaste meetsnoeren en accessoires. De huidige normering staat alleen toe om meetpennen te gebruiken met 2 mm blanke meetpunten. Alle installatietester voldoen aan deze voorschriften en worden geleverd met CAT IV meetpennen.

Overigens is het daarnaast noodzakelijk om persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen conform de voorschriften in de NEN 3140.

Eenvoud en bedieningsgemak

De gepatenteerde aanduiding van de zekering en instelling van grenswaarden is een unieke eigenschap van Metrel en Nieaf-Smitt installatietesters. Door middel van een groen/ rood weergave wordt eenvoudig aangegeven of de meting wel of niet binnen de grenswaarde valt.

Gewicht van de installatietester

Uiteraard spelen gewicht en degelijkheid een belangrijke rol bij aanschaf van een installatietester. De Metrel en Nieaf-Smitt installatietesters zijn met 1,3 kg relatief licht in vergelijking met andere installatietesters. Ook de met de degelijkheid zit het goed. De testers hebben geen bewegende delen en zijn robuust en valbestendig gebouwd.

Sommige installatietesters bieden extra bedieningsgemak door een kleuren aanraakscherm (Eurotest XE en de Eurotest XD). Bediening kan via het scherm en ook via de robuuste knoppen. Door het kleurenscherm is ook de help functie nog overzichtelijker.

Opslaan van meetresultaten is mogelijk op verschillende, gestructureerde manieren. Een inspectie structuur kan vooraf worden voorbereid met een App of via de software. Maar ook in het veld kan eenvoudig de structuur van een installatie of gebouw worden aangemaakt in het instrument.

Een aantal testers hebben een ingebouwd geheugen waar u de meetresultaten kunt opslaan. Dit is in de praktijk moeilijker dan bij testers van elektrische arbeidsmiddelen. Bij arbeidsmiddelen krijgt ieder apparaat een eigen ID-code. Aan deze code worden alle metingen gekoppeld.

Bij een elektrische installatie is dat anders. Elke installaties is weer anders. Hoeveel verdelers zijn er aanwezig? Hoeveel groepen zitten er in? welke gebruikers zijn er op die groep aangesloten: verlichtingsarmaturen? wandcontactdozen? Wilt u elk aansluitpunt een aparte identificeren door middel van een ID-code ?

Bij sommige testers kunt u een verdelercode, groepcode en aansluitpuntcode opgeven maar het is een hele toer om dit te administreren. Meestal wordt het geheugen gebuikt om een aantal metingen even op te slaan en daarna weer af te lezen en handmatig via de computer, tablet of op papier te verwerken.

Ergonomie

Metrel en Nieaf-Smitt testers worden standaard geleverd met een remote probe. Hiermee kan de gebruiker metingen vanaf het handvat starten en opslaan. Ook het overzichtelijke display en de draaischakelaar bieden de gebruiker praktisch gemak. Batterij of accu gebruik De Metrel en Nieaf-Smitt installatietesters hebben zes penlite accu’s als energievoorziening. Ook kunnen normale batterijen gebruikt worden. Via de meegeleverde adapter kunnen de accu’s intern worden opgeladen.

Geplaatst in .